van Citters met een C

De Talenschuit - Hands-on Leren

Hands-on Leren: "What's this? Can you smell it?" "It's garlic!"

"What's this plant called?" "It smells nice and it feels soft. Can I taste it?" "It must be mint."

Op speelse wijze de in het veld opgedane kennis reproduceren en toepassen met behulp van lesmaterialen die specifiek voor de workshops geproduceerd zijn.

Hands-on leren, wat is dat nou precies?

Door op traditionele wijze taalles gegeven te hebben, met tekst- en werkboek en zelfs nog met luistercassettes, maar ook verscheidene alternatieve lesmethodes ontwikkeld te hebben en door steeds weer nieuwe dingen uit te proberen, heb ik de kans gekregen te observeren hoe kinderen, jongeren maar ook volwassenen effectiever talen kunnen leren door actief en fysiek bezig te zijn met hun omgeving en hierbij zoveel mogelijk zintuigen, vooral de tastzin en debewegingszintuigen, te gebruiken. Het gaat hier om beter begrip, maar ook om het langer onthouden van dat dat wat ze geleerd hebben.
            In het Cilento gebied, in Zuid-Italië, startte ik met het lesgeven aan kinderen van rond de drie jaar, de zogenaamde 'preschoolers' (vvto: vroeg vreemdetalenonderwijs). Zij konden natuurlijk nog niet lezen of schrijven. Dan kan je al bijna niet anders dan lesgeven door actief en fysiek bezig te zijn met hun omgeving. Zo keken en luisterden we naar het liedje 'Five little monkeys jumping on the bed' en voordat ik het in de gaten had, stonden er drie peuters op bed te springen... Het werkwoord 'jumping' zijn ze nooit meer vergeten. Dat weet ik met zekerheid, omdat ik hen op zevenjarige leeftijd weer terugzag in mijn taalklasje en verheugd was over het feit dat ze zoveel woorden konden reproduceren die ze destijds opgeslagen hadden in hun 'bibliotheek', zoals ik dat altijd noemde, maar destijds, op driejarige leeftijd, nog sporadisch konden of wilden uiten.
            In 2011 zette ik de Associazione Hands On Vivere l'Inglese op waarmee ik actieve, creatieve en praktische taalprojecten Engels bedacht en in samenwerking met partners realiseerde op zeer uiteenlopende locaties. Zo ontving ik kinderen op de 'farm', waar ze over 'farm animals' leerden, over 'cultivated plants' en over 'wild plants and trees'. In de rol van extern taalexpert Engels en in de context van een buitenschools taalproject Engels dat gefinancierd werd door het Europees Sociaal Fonds, bereidde ik dezelfde leerlingen op hun school voor op het Trinity GESE examen Grade 1 en 2. Met het benoemen van de boerderijdieren hadden ze geen enkel probleem, ook de moeilijkere woorden zoals 'goose' hadden ze onthouden. Kinderen die niet aan de hands-on workshops mee hadden gedaan, vonden enkele woorden zoals 'goose' en 'chick' duidelijk moeilijk om te onthouden en konden deze woorden zelden reproduceren.
Ook 'milking a goat' onthouden kinderen eenvoudiger nadat ze zelf een geit hebben mogen melken...


Wetenschappelijke bevindingen met betrekking tot hands-on leren

Helen C. Reed (2017) schreef een interessant boek over dit onderwerp: Hands-on Leren: Leren doe je met je lichaam (Neuropsych Publishers). Zij is gepromoveerd in de onderwijs(neuro)wetenschappen en richt zich op het stimuleren van denk- en bètavaardigheden bij kinderen en jongeren. Ze ontwikkelt innovatieve lesprogramma's en schrijft voor een breed publiek over psychologie, hersenwetenschap en educatie. Het is bijzonder inspirerend om mijn persoonlijke ervaringen in hands-on (taal)onderwijs en mijn observaties met betrekking tot de leerresultaten terug te zien in verschillende experimenten die zij in haar boek beschrijft.
"Wow, wat is dat?!" "Hoe heet het?" "Hoe werkt het?" Kinderen zijn nieuwsgierig; ze willen weten en ervaren... en ze willen iets doen. Prikkels uit de omgeving zijn daarvoor essentieel. Hoe kinderen zich ontwikkelen in reactie op prikkels uit de omgeving wordt de laatste jaren duidelijker dankzij fascinerende kennis en inzichten die verkregen zijn in de cognitieve psychologie, in de neuropsychologie en het hersenonderzoek en in de onderwijswetenschap. Wat kinderen zien en horen is heel belangrijk, maar ook wat ze voelen en proeven. En wat het kind doet en ervaart zorgt dat het leert om zich te oriënteren in de ruimte. Het wordt vaardig in het snel en efficiënt reageren op prikkels en het leert te denken en te handelen in steeds complexere situaties. Door het leren in de fysieke en sociale context ontwikkelt het kind zich op school, thuis, bij sport, hobbies en spel. Door dingen zelf te doen en te beleven, kan het leren op school en daarbuiten effectiever worden. We noemen dit 'hands-on leren', en ook 'denken met je handen', 'handelend leren' of 'be-grijpen'. De handen zijn van nature een heel krachtig gereedschap bij het leren. 'Hands-on' leren zoals hier bedoeld, heeft echter een bredere betekenis. Het gaat om gerichte interacties met de omgeving, waarbij de tastzin, maar ook het gezichtsvermogen, het gehoor en de bewegingen van het lichaam actief samenwerken om leerinhoud te verkennen, kennis te verwerven en concepten te doorgronden. Uiteraard zijn reuk en/of smaak ook van groot belang.
Waarom is het beter voor het leren om al je zintuigen te gebruiken?
Elk zintuig neemt de wereld op een unieke manier waar en geeft zijn eigen specifieke informatie door aan de hersenen. Bijvoorbeeld over de grootte, vorm, kleur, geur, warmte, gewicht, textuur, hardheid, en buigzaamheid van een object. Dit komt doordat de zintuigen voortdurend samenwerken en elkaar versterken.
De hersenen binden al deze elementen samen tot één logisch geheel, dat beter wordt onthouden dan wat elk zintuig afzonderlijk waarneemt.
Leerstof die enkel met auditief en-of visueel materiaal wordt aangeboden, maakt geen gebruik van onze aangeboren multi-zintuigelijke leermechanismen. Daarom is dit niet optimaal voor het leren. Hands-on leren kan ingezet worden op alle leergebieden, ook op het leren van talen. De mogelijkheden hiervan zijn enorm, maar in de praktijk wordt er nog te weinig mee gedaan. Kinderen gaan bijvoorbeeld meer vooruit wanneer ze binnen een verhaalcontext bouwen, en wanneer de bouwsels een functie hebben in een verhaal over bijvoorbeeld een kasteel (Casey, B.M., Andrews, N., Schindler, H., Kersch, J.E., Samper, A., & Copley, J. (2008). The development of spatial skills through interventions involving block building activities. Cognition and Instruction, 26 (3), 269-309).

Lees spoedig meer over dit onderwerp om mijn blog.

Ervaringen met het aanbieden van hands-on Engels in Italië